Gastblog Loes – 2.0

Eerst wil ik iedereen bedanken voor de ontzettend lieve reacties die ik heb mogen ontvangen op mijn eerste blog. Het is fijn om te zien dat de website een groot bereik heeft en dat jullie geïnteresseerd zijn in het verhaal. Nadat de bizarre nacht van 31 januari op 1 februari voorbij was gingen we rond de ochtend een nieuwe dag in. Enerzijds was ik blij dat deze helnacht een einde had gekregen maar was ik bang voor gesprekken die zouden gaan komen.

We werden door de verpleger van Anne ingelicht dat er een gesprek zou gaan plaatsvinden in de morgen. Hierin zouden we gaan bespreken wat er gebeurd was en hoe er verder gehandeld zou gaan worden. Toen we in de ruimte van het gesprek met z’n allen gingen zitten werden we vergezeld door de neurochirurg van Anne die haar gisteren geopereerd had, de intensivist van de afdeling, de verpleger van die dag en een co’tje. De stemming was serieus, verdrietig en kil. Ik herinner mij nog dat ik bij dit gesprek en de gesprekken in de week erna in shockstand zat. Ik had het ontzettend koud, rilde constant en zag eruit als een wit doek. In het gesprek werd verteld dat het onduidelijk was hoe de herseninfarcten tot stand zijn gekomen. Er zouden meerdere redenen voor kunnen zijn geweest. De neurochirurg was ontzettend geschrokken na het voorval en vertelde dat hij dit niet had zien aankomen, maar dat het foute boel was. Ik weet dat ik aan de intensivist heb gevraagd of dat Anne alles zou meekrijgen wat er op dit moment gebeurde. Hij gaf aan dat dit niet kon omdat zij veel morfine kreeg. Bizar hoe dat snel dat je de professionals op dat moment vertrouwd (uiteindelijk bleek dit ook waar te zijn geweest). Het plan voor die dag was dat Anne met alle toeters en bellen naar de MRI gereden zou worden om te zien wat de schade in de hersenen was.

We zijn deze dag om beurten met 2 á 3 personen bij Anne geweest. We bleven dan ongeveer 10 minuten en gingen vervolgens weer weg. Ze keek je soms aan en reageerde op stemmen maar draaide haar ogen constant verticaal weg. Toen we aan het einde van de dag gehaald werden voor de uitslag van de MRI ging ik weer in shock stand. Het is bizar hoe je bij iedere gebeurtenis hoopt op één keer goed nieuws. Ik dacht elke keer we hebben nu wel genoeg k*t nieuws gehoord, mag er ook een keer iets goed gaan? Maar helaas was dat niet het geval. De hersenstam in Anne d’r hersenen had een behoorlijke opdonder gehad. De ‘pons’ in dit gebied was zoals de intensivist aangaf, dood. Dus onherstelbaar beschadigd. Ook was een klein deel van de kleine hersenen geraakt. Wat wel raar was, was dat het bloedvat in de hersenstam open was maar de kleine aftakkingen dicht (door herseninfarct). Dit hadden ze nog nooit bij iemand van Anne haar leeftijd gezien. Maar of dat het een positief effect zou kunnen gaan hebben was niet duidelijk. Een prognose was niet te stellen want hij had het in zijn hele carrière alleen maar bij ouderen gezien. Anne moest zichzelf gaan bewijzen. De fase van levensgevaar was ze helaas nog niet uit. Tot een week na de herseninfarcten had ze kans op zwellingen in de hersenen die levensbedreigend zouden zijn.

We kregen in deze bizarre tijd bezoek van familie en vrienden en wat was het dan even fijn om elkaar te zien. Maar ook om te zien hoeveel dat er om Anne en ons gegeven werd. Ik verheugde me op de momenten dat er iemand kwam maar vond het moeilijk om ze lang bij Anne in de buurt te laten. Bang dat het haar teveel energie kostte of teveel prikkels gaf. Na een aantal dagen was ze in staat om de ogen meer open te houden en antwoord te geven door naar boven en beneden te kijken. Vanaf dit moment heb ik mij ‘groot’ gehouden bij Anne. Ik kon het niet aan te denken dat zij ook mijn pijn zou gaan dragen bij de moeilijke situatie waar ze zelf al in zat. Dit heb ik een paar dagen ook kunnen volhouden tegenover mijn ouders. Met dezelfde reden als bij Anne wilde ik er voor hen zijn en kon ik mijzelf goed in bedwang houden. Dit lukte tot het moment dat we te horen kregen dat Anne zó wakker was dat ze alles meekreeg. Buiten Anne d’r kamer heb ik heel wat afgehuild. Mijn vriend heeft mij kunnen oprapen van de grond in de gang van de IC. Ik ging er letterlijk aan onderdoor wanneer ik mij inleefde in haar situatie. Wat gebeurd er als ze pijn heeft? Of jeuk? Of ze is gewoon heel erg bang? Er was geen enige vorm van communicatie mogelijk afgezien van korte ja en nee vragen. Het stellen van vragen als: ben je bang? Of heb je pijn? durfde ik niet. Puur omdat ik niet wist wat ik moest doen als de antwoorden; ja, bleken te zijn.

In deze bizarre tijd logeerden we in het hotel van het Radboud ziekenhuis in Nijmegen. We zaten met z’n vijven voordat we naar bed gingen veel bij elkaar en gingen in de morgen na het ontbijt weer naar de familiekamer op de IC. Het is gek hoe je door een trauma zoals dit anders gaat denken. Ik gaf helemaal niks meer om mezelf en dacht het meeste aan Anne. Hoe we het met haar school moesten regelen, hoe ik het prettiger kon maken op de kamer of welke mensen ik allemaal moest inlichten. Dit maakte dat ik niet wilde eten, helemaal niks gaf om hoe ik eruit zag en niets wilde horen van levens van andere mensen. Het boeide mij allemaal niks, alleen mijn familie stond in het middelpunt.

Dit was op de kamer van de IC. We hebben spulletjes van haar kamer thuis, verzorgingsproducten en cadeautjes hier neergezet ♥.